De betovering van een moment


Zijn romantische schilderijen zijn gewaagd, zijn schilderijen zijn verrassend om te zien en maken nieuwsgiering. Martine van der Pligt ontmoet de verademing in de landschappen van de romantische schilder René Goorman.

René Goorman (1970) is kunstschilder en komt uit Laren in Gelderland waar hij in de (voormalige) boerderij woont waar hij ook is opgegroeid. Vanuit zijn verwondering over het leven schildert hij zijn mijmeringen, het merendeel zijn serene landschappen. Landschappen zijn zo te zien een logisch gevolg als je dicht bij de natuur bent opgegroeid en woont, dat zie je door en door in zijn werk. ‘Ik kom uit een agrarisch gebied en groeide op de gemengde boerderij van mijn grootouders op. In mijn jeugd waren er in deze streek veel kleine, gemengde boerderijen. Dat gaf een bepaalde balans. Kunst is mij niet met de paplepel ingegoten maar toch is mijn jeugd wel een inspiratiebron, ik was als kind veel en graag in de natuur. De kleinschalige, gemengde bedrijven van toen spreken mij nog steeds aan.’
Op de middelbare school kwam René voor het eerst in aanraking met kunst. ‘Ik ontdekte een aansluiting met mijn gevoelsleven. Ik wist een heleboel dingen die ik niet wilde worden, maar een reis naar Parijs opende mijn ogen. Daar zag ik de impressionisten en het Picassomuseum. Ook een film over Karel Appel raakte mij. In de vrijheid die ervanuit ging, kwam totaal iets anders tot uitdrukking dan wat school en maatschappij van je verlangden. Het was iets innerlijks. Ik begon een andere wereld te ontdekken. De wereld van de schilderkunst, de muziek en de literatuur. Ik ben meer een introvert type, daarom sloot het tekenvak bij mij aan. Het maken van een tekening staat dicht bij je gevoel en komt uit jezelf.
Over de kunstacademie die ik toen heb gedaan, heb ik een dubbel gevoel. De eerste twee jaar heb ik er veel aan gehad en ervan genoten. Ik ging mijn eigen gang, maakte veel wandelingen en met mijn studievrienden zoals Henry Burgers boomden we urenlang, dat was heerlijk. De laatste jaren kalfde dat genieten af en was het niet meer zo prettig. De begeleiding werd heel anders. Je moest je werk voortdurend verdedigen. Er werd veel denkwerk van je gevraagd. Als student werd je in feite klaargestoomd voor iets dat er niet was. Je moet na zo’n studie toch in de maatschappij gaan staan, maar de aansluiting was er niet. Ik wist niet goed hoe ik verder moest. Waarschijnlijk was deze periode inherent aan het proces waarin ik toen zat. Op het moment dat ik als afgestudeerde mijn vleugels kon uitslaan en aan een carierre kon beginnen, klapte ik in elkaar en werd ziek. Dat was voor mij het signaal om op een andere, minder veeleisende voet verder te gaan. Ik ben er niet rouwig om. Ik pak mijn leven nu op een andere manier aan.
De invloed van het agrarische is altijd een leidraad in mijn leven geweest. De gemengde boerderijen van vroeger spreken wat betreft het dagelijks leven sterk tot mijn verbeelding. Ik geloof niet dat ik veertig uur of langer per week hetzelfde zou kunnen doen, ook niet schilderen. Ik heb op een zembad gewerkt, werk nu parttime in de winkel van een bakkerij, ben kunstschilder, geef schilderlessen en ik maak en verhuur ooievaars, een gemengde bestaansvorm dus. De verhuur van geboorte ooievaars is een uitvloeisel van een opdracht. Dat gemengde in mijn leven, dat probeer ik er zo veel mogelijk in te houden.’
De uitgangspunten voor de schilderijen zijn korte momenten die René verrassen, dat zijn voorbij flitsende momenten en die koestert hij. ‘Vanuit mijn herinnering werk ik zulke momenten verder uit. Dat is een andere benadering dan als je iets naschildert. Schilderen vanuit de herinnering heeft voor mij nog meer met het gevoel te maken. Die herinnering kan een fractie van een seconde zijn en naar aanleiding van die seconde kan ik vervolgens wel een maandlang aan één schilderij werken. Eigenlijk ben ik geboeid door de betoverende werking van licht en kleur, en hoe die op mij inwerken. Dat is niet een kwestie van bestuderen, dat is meer iets intuïtiefs. Je hebt het gewone dagelijkse leven met al z'n beslommeringen en af en toe, als je even niet oplet, zie je ineens iets heel moois en dat kan een uitgangspunt voor een schilderij zijn. Er is wel een wisselwerking tussen het verstand en het gevoel natuurlijk. Het is niet uitsluitend formeel of gevoelsmatig. In een schilderij moet iets zichtbaar worden van mijn persoonlijkheid, levensgevoel en sensitiviteit. Het is kunst geen product maar een schilderij, het gaat om beleving.
Ik beleef de (vertrouwde) omgeving steeds opnieuw en zie het schone ervan in. Het wisselende spel van aarde en zon als levend schilderij. Dat geeft een bepaalde integriteit waarmee ik ook probeer te leven, zonder dat het kerks is of verbonden aan een bepaald geloof. Ik schilder ook om mezelf te ‘ijken’. In opdracht werk ik ook maar zie dat los van het ‘vrije’ werk, het is meer op de wensen van de opdrachtgever gericht. De benadering is daardoor toch anders. Iemand treffen met mijn werk is heel mooi, maar iedereen vind wel iets van je en dat is verder prima, je kan er niet bij voorbaat van uitgaan. Er zijn mensen die nooit de muziek van Mozart zullen horen of mooi zullen vinden, maar voor degenen die het wel aanspreekt kan het een innerlijke verrijking geven die een leven lang meegaat. Ieder kan met zijn eigen intuïtieve benadering een invulling aan mijn werk geven en dat is ook mooi.
Tegen kunst die alleen tot doel heeft te shockeren heb ik een aversie. Bij andere kunstenaars kijk ik naar het positieve, dat bereiken ze niet zomaar, daar moeten ze voor knokken. Je kunt natuurlijk kiezen voor rottigheid, maar ik kijk naar degenen die er een draai aan geven. Ik zag onlangs op tv een danser uit Krosney die oorlogskinderen uit Tsetsjenië tot danser opleidt en ermee de wereld rond trekt om te laten zien dat zij geen terroristen zijn maar mensen. Prachtig toch? De Oostenrijker Werner Berg beïnvloedt mij niet zozeer alswel dat ik hem als een geestverwant zie. Hij leidde als kunstenaar ook een teruggetrokken bestaan, zocht niet de schijnwerpers op en hield van het buitenleven.
Er zijn heel veel invloeden waar ik iets mee doe, bijvoorbeeld de sprookjes uit Duizend en een nacht, maar ook invloeden uit de muziek verweef ik metaforisch in mijn werk. Het is niet letterlijk dat een bepaalde Bachsonate een bepaald werk oplevert. Tijdens mijn academietijd in Arnhem maakte ik veel wandelingen, de impressies die ik toen opdeed, heb ik meegenomen. Sport heeft ook een bepaalde invloed, dat maakt je open. Bij wandelingen stel je jezelf ook open. Als je hardloopt, vernauwt je blik weer. Als je fysiek bezig bent, kan je geest zich niet compleet openstellen. Bij autorijden moet je weer opletten. Elke bezigheid levert een andere landschapservaring op die ik in mijn werk gebruik.
Toen ik in 1993 begon met het uit herinnering schilderen van landschappen, schilderde ik daar een mensfiguur in, als een hoofdrolspeler. Dat duurde niet lang, omdat het te nadrukkelijk een menselijke maat bepaalde. Daarna kwam een tijd waarin ik steeds meer belangstelling had voor wat zich in de lucht afspeelde, het werk werd atmosferischer. Zo wisselen de verschillende perioden waarin ik mensfiguren, landschappen, paradijselijke voorstellingen en scènes schilder elkaar af. Over de gehele linie druk ik mij in landschappelijkvoorstellingen uit. Een titel kan een uitgangspunt zijn, maar ontstaat meestal later, als het werk af is. De titels zijn om de schilderijen te duiden, een naam en een plek te geven. Dat lukt niet altijd maar het werkt beter dan: 'zonder titel, nr zoveel'. Daarom betitel ik een schilderij meestal achteraf, als een reflectie op het schilderij.’
Tijdens het schilderen ontstaat er een wisselwerking tussen het schilderij en René, waarbij hijzelf de regisseur is. ‘Mijn schilderijen maak ik in acryl maar kleur vervlakt in acryl. Daarom bouw ik een schilderij uit meerdere korte sessies op, zodat ik door de vele dunne verflagen een bepaalde kleurintensiteit bereik. Kleur betekent veel, het is de zindering, waarin de intensiteit ligt. Ik kijk hoe kleur zich binnen het schilderij gedraagt, zodat ik het kan sturen. Ook het licht/donker contrast speelt mee in de complementaire werking van kleur. Natuurlijk licht is belangrijk en de schemering is ook aangenaam om mee te werken. Met een opgeschuurde beschermbril kan ik licht en donker contrasten in de voorstelling op mijn schilderij onderscheiden. Af en toe pak ik die bril om naar het schilderij in wording te kijken, of dat wat ik denk te schilderen wel duidelijk overkomt. Als ik dan geen contrasten zie, is het nog niet goed genoeg. Als je lang aan een schilderij werkt, onderscheiden je ogen heel veel, veel meer dan je in een oogopslag kunt zien. Dat kan ten koste van de helderheid gaan. Het werk kan 'grijzer' worden dan de bedoeling was. Daar kwam ik achter toen er een schilderij van mij in zwart/wit in een krant werd gepubliceerd. Het kwam heel grijs over terwijl ik dacht dat er juist veel contrasten in zaten, maar dat was alleen maar kleurcontrast. Ik hecht waarde aan een goede materiaalbehandeling. Door de jaren heen zijn er wel schommelingen mijn werkwijze, in het lichter of fragieler schilderen naar meer intensiteit geweest, maar al het werk blijft een geldend feit en heeft nog steeds invloed. Zo communiceren werken uit verschillende perioden ook met elkaar. In tentoonstellingsverband kan een werk uit de ene periode een werk uit een andere periode versterken. Het naast elkaar tonen van werken uit verschillende periodes kan overtuigender zijn dan alleen het meest recente werk laten zien. De verschillen worden dan duidelijker en daardoor kan een werk sterker overkomen. De schilderijen uit 2006 zien er anders uit dan die uit 1996. Niet beter of slechter, maar anders. Uiteindelijk zijn de eindresultaten altijd onvoorspelbaar, daardoor blijft het spannend. Daar geniet ik van, anders zou het schilderen eenduidig worden. Dan zou ik niet hoeven schilderen en mijn ideeën gewoon kunnen verklaren of kunnen opschrijven.’
Vanuit een agrarische achtergrond schildert René zijn fascinatie voor de dingen om hem heen. Het innerlijk beleven daar gaat het om. Veel verschillende invloeden uit het dagelijkse leven vangt hij in korte herinneringsmomenten. Elke indruk brengt een andere ervaring met zich mee. René houdt van een gevarieerd bestaan, maar hij leeft het dagelijkse leven, en schilderen is voor hem iets van alle dag. Het innerlijke, de eenheid en de schoonheid van het alledaagse, dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Als je met hem praat, beschrijft hij het paradijs. Het kwade bestaat nog niet of misschien is hij daar al aan voorbij gegaan. Een ooievaar op één been in de voortuin, dat is nog eens meditatie voor dagelijks geluk. Het schone zit hem in ieder geval in het gewone moment en daarin oefent hij elke dag.